![]() |
![]() |
![]() |
Over AAT-NedDe Art & Architecture Thesaurus (AAT) is een wereldwijd toegepast ontsluitingsmiddel voor het toegankelijk maken van architectuur-, kunst- en cultuurhistorische collecties in musea, bibliotheken, diatheken, kenniscentra, archieven en documentatie-instellingen. De Art & Architecture Thesaurus-Nederlandstalig (AAT-Ned) is een vertaling en bewerking van de door het Getty Research Institute samengestelde Engelstalige Art & Architecture Thesaurus.Om te voorkomen dat elke instelling afzonderlijk veel tijd en geld zou spenderen aan het samenstellen van termenlijsten, werd op initiatief van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) in 1994 gestart met de vertaling van de Art & Architecture Thesaurus in het Nederlands. Vanaf het begin werd samengewerkt met de Rijksdienst voor Monumentenzorg (RDMZ) te Zeist en sinds 1998 is ook het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap partner van de AAT-Ned. De naam Art & Architecture Thesaurus is enigszins misleidend, aangezien het systeem niet alleen de terminologie op het gebied van de kunst en de architectuur omvat, maar die van de gehele materiële cultuur. De structuur komt sterk overeen met een 'checklist' van beschrijvingsaspecten voor museale voorwerpen en beeldmateriaal. De AAT-Ned bevat niet alleen termen die objecten aanduiden, maar bijvoorbeeld ook termen voor materialen, technieken, soorten personen en organisaties, stijlen, gebeurtenissen en abstracte begrippen. Kortom, de termen die nodig zijn om documenten, archivalia, foto's, boeken en cultuurhistorische objecten van welke aard dan ook, te beschrijven. Direct naar online AAT-Ned Actuele onderwerpenBezetting Bureau AATDe Midterm review Digitale Nieuwsbrief AAT-Ned De AAT-Ned, maar dan anders Suggesties Handleiding Voorlopige sluiting Bureau AAT Mocht u nog andere vragen of opmerkingen hebben stuur dan een e-mail naar . Voor informatie met betrekking tot het Vlaamse onderdeel van de AAT-Ned kunt u contact opnemen met:
Handleidingen Al in september 2000 is een Handleiding bij het gebruik van de Art & Architecture Thesaurus verschenen. Behalve een algemeen introducerend deel over de inhoud en gebruik van de Art & Architecture Thesaurus bevat deze handleiding praktische voorbeelden voor het gebruik van de AAT-Ned in cultuurhistorische musea. De Handleiding bij het gebruik van de Art & Architecture Thesaurus is te koop bij het Bureau AAT-Ned. De prijs is € 6,50 (inclusief verzendkosten en BTW). Vlaamse gebruikers kunnen zich ook wenden tot Culturele Biografie Vlaanderen, t.a.v. . Bovendien zijn richtlijnen voor het gebruik van de Art & Architecture Thesaurus, gespecificeerd naar collectietype (museum, bibliotheek, documentatie-centrum of archief) te vinden in de Guide to Indexing and Cataloging with the Art & Architecture Thesaurus (New York, 1994). Ook de Learn about the Getty Vocabularies van het Getty Research Institute biedt nuttige informatie. Terug naar actele onderwerpen Meer informatieDe ontwikkeling van de AAT-NedHet Getty Research Institute begon in de jaren tachtig aan de opbouw van een thesaurus op het gebied van cultureel erfgoed. De thesaurus is ontwikkeld in het kader van het Art History Information Program (AHIP) van de Getty Trust in de V.S. en wordt nu onderhouden door het Vocabulary Program van het Getty Research Institute in Los Angeles. In 1990 en 1994 (tweede, aanzienlijk uitgebreide editie) verscheen de AAT in boekvorm. Latere edities verschenen alleen in elektronische vorm. Sinds april 1997 is de Art & Architecture Thesaurus vrij op internet te raadplegen. In 1994 nam het RKD het initiatief tot een vertaling en vond de RDMZ als projectpartner, waarbij het RKD zich ontfermde over het roerend erfgoed en de RDMZ het onroerend erfgoed voor zijn rekening nam. Het was de logische voortzetting van eerdere standaardisatieactiviteiten op terminologisch gebied in de Nederlandse museumwereld, zoals het MARDOC-project (1970-1989) en het project MuseumTerm (1992-1994). Van meet af aan werd steun ontvangen van de Mondriaan Stichting en in een later stadium voegde ook het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap zich bij de financiers. In de jaren 1996-1997 maakte Vertaalbureau UvA Vertalers te Amsterdam een ruwe vertaling van de Amerikaanse AAT-versie van september 1995, door het Getty Research Institute ter beschikking gesteld: 26000 voorkeurstermen met 17500 definities, 2000 gidstermen. De 90000 niet-voorkeurstermen (synoniemen, permutaties en spellingsvarianten) bleven buiten beschouwing. In de tweede fase 1998-2002 is de eerste basisvertaling bijgewerkt en verder verfijnd en aangevuld door redacties van specialisten en door medewerkers van de AAT-Ned, ingezet door de projectpartners. Ook zijn er enkele duizenden nieuwe Nederlandstalige voorkeurstermen en synoniemen toegevoegd. Het project werd gefinancierd door de Mondriaan Stichting, het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (vanaf 1998) en de projectpartners RKD/RDMZ. In 2003 is van het Ministerie van OCW een in 2002 aangevraagde subsidie verkregen waarmee een belangrijk deel van de nog tot en met 2004 te verrichten werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. De subsidies van de Mondriaan Stichting en het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap liepen tot september 2002. De met deze subsidies gerealiseerde projectfase werd in juni 2002 bekroond met de uitbrenging van de proefversie op CD-ROM, waarvoor zeer veel belangstelling bleek te bestaan. De AAT-Ned was inmiddels ook te raadplegen op het internet, via de website van het RKD. Het Getty Research Institute is verder gegaan met uitbreidingen aan de Art & Architecture Thesaurus. Voor een update van de AAT-Ned is onderzoek gedaan naar de verschillen met de Amerikaanse versie van 2000: er zijn 1500 nieuwe termen en 2500 nieuwe scope notes. De 1500 nieuwe termen en 2500 nieuwe scope notes uit de versie 2000 zullen nog voor het einde van het jaar 2004 worden vertaald en geredigeerd. Terug naar meer informatie Veel gestelde vragen over de AAT en de AAT-Ned
1. Wat is de Art & Architecture Thesaurus (AAT) precies? De AAT is een verzameling van termen op het gebied van beeldende kunst, architectuur, toegepaste kunst en materiële cultuur. De AAT bevat niet alleen termen die objecten aanduiden, maar bijvoorbeeld ook termen voor materialen, technieken en stijlen. Kortom, termen die nodig zijn om een cultuurhistorisch object (dan wel een foto van of documentatie over een object of objecten), van welke aard dan ook, te beschrijven. Deze termen zijn bovendien naar hun betekenis gerangschikt. Zoals elke thesaurus kent de AAT drie typen relaties tussen termen:
Eigennamen (kunstenaarsnamen en plaatsnamen) zijn niet opgenomen in de AAT. Die kunt u vinden in de eveneens door het Getty Research Institute ontwikkelde Union List of Artist Names en de Thesaurus of Geographic Names. Het RKD onderhoudt een lijst van kunstenaarsnamen, die via het web raadpleegbaar is RKD-Artist. Ook termen m.b.t. literaire of historische thematieken (bijvoorbeeld de Sabijnse Maagdenroof) zijn niet in de AAT te vinden. Daarvoor is Iconclass beschikbaar. Tenslotte behoren ook termen voor levensmiddelen niet tot het domein van de AAT. Hiervoor kunt u het meertalig Food Lexicon raadplegen. Onder de knop 'Andere Thesauri' bij de AAT-database vindt u nog een aantal thesauri. Een goed overzicht van (Engelstalige of meertalige) classificaties, thesauri en trefwoordenlijsten biedt Wordhoard van de Engelse Museum Documentation Association. Terug naar de vragen 2. Welke bronnen zijn gebruikt voor de AAT? De AAT is gebaseerd op zes internationaal toegepaste indexen:
Bij de voorlopige vertaling naar het Nederlands zijn door het vertaalbureau ca. 400 bronnen gebruikt. De deskundigen van de redacties hebben nog eens ongeveer 250 bronnen gebruikt. De bronbeschrijvingen zijn nog niet vanuit de database beschikbaar, maar via een Wordbestand. In de database van de AAT-Ned staat in het Bronveld een lettercode, de codes zijn in alfabetische volgorde opgenomen in de Bronnenlijst. Achter de code staat in de lijst een (bibliografische) beschrijving van de desbetreffende bron. Bronnenlijst AAT-Ned [DOC] Terug naar de vragen 3. Wie gebruiken de AAT wereldwijd? Vooral in het Engelse taalgebied, met name in de V.S., Canada en Engeland, gebruiken veel instellingen, zoals musea, bibliotheken, archieven, diatheken en onderzoeksinstituten, de AAT. Enkele grote instellingen die met de AAT werken zijn het Metropolitan Museum of Art en het Museum of Modern Art in New York, de Library of Congress in Washington, de National Art Library, het British Museum, het Courtauld Institute, de Tate Gallery en het Victoria & Albert Museum in Londen en de Bibliothèque Nationale in Parijs, maar ook vele kleine regionale of locale instellingen maken er gebruik van. Terug naar de vragen 4.Waarom is de AAT in het Nederlands vertaald? Onderzoek van het NBBI, Projectbureau voor Informatiemanagement, - deels uitgevoerd door Topterm te Amsterdam en Tarsessos B.V. te Leiden - in de eerste helft van de jaren negentig, wees uit dat steeds meer Nederlandse musea gecontroleerde termenlijsten zouden willen gebruiken bij de collectieregistratie. Hoewel er ook behoefte bleek te bestaan aan een landelijk 'clearing house' op terminologie-gebied, werd geen financiering gevonden om een dergelijk project te starten. Om te voorkomen dat elke instelling afzonderlijk veel tijd en geld zou gaan spenderen aan het samenstellen van termenlijsten, werd het initiatief genomen tot de vertaling van de AAT, die grotendeels in de behoeften voorziet. Bovendien biedt de nu ontstane tweetalige thesaurus de mogelijkheid tot internationale uitwisseling en communicatie. Terug naar de vragen 5. Wie gebruiken de AAT-Ned in Nederland en Vlaanderen? In het Nederlandse taalgebied zijn veel instellingen in afwachting van het beschikbaar komen van de gecontroleerde vertaling. Een aantal instellingen gebruikt reeds de voorlopige vertaling en levert daar commentaar op.
Terug naar de vragen 6. Kunnen aan de AAT-Ned nog termen toegevoegd worden en zijn veranderingen mogelijk? De AAT-redactie van het Getty Research Institute werkt voortdurend aan de verbetering en aanvulling van de AAT. Termsuggesties hiervoor uit 'het veld' zijn welkom. Alleen door de AAT steeds te blijven verbeteren en verfijnen kan het ook in de toekomst een zinvol instrument blijven. Zo zal vanzelfsprekend ook de AAT-Ned na voltooiing van de vertaling steeds worden verbeterd en aangevuld. De gebruikers zullen door middel van 'updates' op de hoogte worden gehouden van deze veranderingen. Terug naar de vragen 7. Waarom staan de termen in het meervoud? Kan ook het enkelvoud gebruikt worden? Omdat in bibliotheken altijd met de meervoudsvorm gewerkt wordt (wanneer sprake is van telbare naamwoorden), in musea daarentegen met het enkelvoud, mogen bij de AAT-Ned zowel de meervouds- als de enkelvoudsvorm als voorkeursterm gebruikt worden. De termen verschijnen in de AAT in eerste instantie in de meervoudsvorm, maar bij elke term is ook de enkelvoudsvorm opgenomen in het veld alternatieve term. Wanneer de AAT-Ned wordt ingelezen in collectieregistratie-software kunt u desgewenst kiezen voor de enkelvoudsvorm of het deelwoord als standaarddescriptor. Terug naar de vragen 8. Is de AAT ook in andere talen vertaald? De AAT-Ned is voorzien van Engelse equivalenten bij de Amerikaanse termen. Op initiatief van zowel Franse als Canadese instellingen, worden grote delen van de AAT in het Frans vertaald. Ook wordt gewerkt aan een integrale Spaanse vertaling in een samenwerkingsverband tussen het Getty Research Institute en het Centro de Documentación de Bienes Patrimoniales in Chili. Terug naar de vragen 9. Wat is het nut van het gebruik van een thesaurus? Het gebruik van vrije trefwoorden 'full text retrieval' bij de ontsluiting van grotere bestanden levert bij het terugzoeken van gegevens veel 'ruis' op (dingen die u niet zoekt) vanwege allerlei taalproblemen (synoniemen, homoniemen, spellingvarianten, afkortingen etc). Dit maakt het snel terugvinden van informatie lastig. Bij collecties met historisch materiaal zijn de problemen per definitie nog groter, omdat namen voor objecten in de loop van de tijd veranderen - een woord als buizen (korte jasjes of vissersschepen) is in onbruik geraakt -. Het gebruik van gecontroleerde trefwoorden is in een cultuurhistorische omgeving dan ook onontbeerlijk. Meer online informatie over het nut van het gebruik van een thesaurus bij het documenteren van museumobjecten kunt u vinden in de volgende websites: Thesaurus principles and practice en Learn about the Getty Vocabularies van het Getty Research Institute en in de literatuurlijst. Terug naar de vragen 10. Kan ik van de MARDOC-lijst gemakkelijk overstappen op de termen uit de AAT-Ned? De AAT-handleiding bevat een lijst van de objecttermen voor afbeeldingen en alle koepel- en groepstermen uit de MARDOC-Handleiding voor de beschrijving van afbeeldingen (beter bekend als de MARDOC4-lijst) met hun equivalenten in de AAT-Ned. Wie tot nu toe gewend was te werken met de MARDOC4-lijst en op de AAT-Ned wil overgaan hoeft niet zelf de termen te identificeren in de AAT-Ned, maar kan gebruik maken van de lijst in de handleiding. Daarbij dient wel aangetekend te worden dat de lijst een momentopname is en er gedurende het vertalen en redigeren nog wijzigingen kunnen optreden in termen in de AAT-Ned. De MARDOC4-termen worden sinds september 2002 geïntegreerd in de AAT-Ned. De termen blijven steeds terugvindbaar in de rubriek MARDOC. Voor diegenen die gebruik maken van collectieregistratie-software met thesaurusfaciliteiten is er de mogelijkheid de overgang van de gebruikte MARDOC4-termen naar de AAT-Ned grotendeels automatisch te laten verlopen. Slechts bij de MARDOC-termen die verwijzen naar twee of meer termen in de AAT-Ned zullen handmatige aanpassingen gedaan moeten worden. Terug naar de vragen 11. Is er literatuur over de AAT? Enkele titels:
|
![]() |
![]() |
![]() |
Powered by ADLiB Information Systems
© Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie