Over AAT-Ned

De Art & Architecture Thesaurus (AAT) is een wereldwijd toegepast ontsluitingsmiddel voor het toegankelijk maken van architectuur-, kunst- en cultuurhistorische collecties in musea, bibliotheken, diatheken, kenniscentra, archieven en documentatie-instellingen. De Art & Architecture Thesaurus-Nederlandstalig (AAT-Ned) is een vertaling en bewerking van de door het Getty Research Institute samengestelde Engelstalige Art & Architecture Thesaurus.

Om te voorkomen dat elke instelling afzonderlijk veel tijd en geld zou spenderen aan het samenstellen van termenlijsten, werd op initiatief van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) in 1994 gestart met de vertaling van de Art & Architecture Thesaurus in het Nederlands. Vanaf het begin werd samengewerkt met de Rijksdienst voor Monumentenzorg (RDMZ) te Zeist en sinds 1998 is ook het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap partner van de AAT-Ned.

De naam Art & Architecture Thesaurus is enigszins misleidend, aangezien het systeem niet alleen de terminologie op het gebied van de kunst en de architectuur omvat, maar die van de gehele materiële cultuur. De structuur komt sterk overeen met een 'checklist' van beschrijvingsaspecten voor museale voorwerpen en beeldmateriaal. De AAT-Ned bevat niet alleen termen die objecten aanduiden, maar bijvoorbeeld ook termen voor materialen, technieken, soorten personen en organisaties, stijlen, gebeurtenissen en abstracte begrippen. Kortom, de termen die nodig zijn om documenten, archivalia, foto's, boeken en cultuurhistorische objecten van welke aard dan ook, te beschrijven.

Direct naar online AAT-Ned 
Actuele onderwerpen
Meer informatie
Veel gestelde vragen over de AAT en de AAT-Ned


Actuele onderwerpen

Bezetting Bureau AAT 
De Midterm review 
Digitale Nieuwsbrief AAT-Ned 
De AAT-Ned, maar dan anders 
Suggesties 
Handleiding 


Voorlopige sluiting Bureau AAT
Bureau AAT is per 1 augustus 2006 niet langer bemenst. In afwachting van de resultaten van het onderzoek naar de opzet van een Nationale Thesauri Referentiestructuur (NTR) wordt er inhoudelijk voorlopig niet meer aan de AAT gewerkt. Wilt u toch informatie over de AAT of over de NTR dan kunt u contact opnemen met dhr. .

Terug naar actuele onderwerpen

De Midterm review
In november 2005 heeft Digitaal Erfgoed Nederland (DEN) de review van het Nationale Thesauri Referentiestructuur project afgerond. In dit onderzoek is er gekeken naar de ontwikkeling van het product, de technische en organisatorische haalbaarheid en tot slot naar de behoefte voor een dergelijke structuur in het werkveld. In de nieuwsbrief van december wordt er een artikel aan dit onderwerp gewijd.

Terug naar actuele onderwerpen

Digitale Nieuwsbrief AAT-Ned
In december 2005 is de voorlopig laatste nieuwsbrief verschenen. Hierin wordt de Midterm review toegelicht en is er een korte vooruitblik op 2006 door Bert Warmelink. U kunt de nieuwsbrief lezen via deze link https://aat-ned.nl/nieuwsbrief/nieuwsbrief.htm nieuwsbrief april
nieuwsbrief augustus
nieuwsbrief oktober

Terug naar actuele onderwerpen

De AAT-Ned, maar dan anders
Sinds januari 2005 is het op deze website mogelijk om de AAT-Ned te raadplegen via de Gridwalker. Dit is een grafische thesaurus-browser voor het ontsluiten van bibliotheken en kennissystemen. Het thesaurus systeem zorgt ervoor dat de gebruikers kunnen navigeren door de verschillende zoektermen, die gerelateerd zijn aan hun zoekopdracht. De termen worden in een geavanceerde grafische interface weergegeven, waardoor snel verbanden gezien kunnen worden, zonder dat de gebruiker verdwaalt in een woud van zoektermen. De Gridwalker is geproduceerd door Gridline, een ICT-bedrijf dat gespecialiseerd is in web-applicaties en kennissystemen. Zij ontwikkelen online informatie-systemen, zoals bijvoorbeeld extranetten, intranetten en nieuws-websites. Om in de "Gridwalker AAT" te zoeken kunt u gebruikmaken van deze link: Gridwalker

Terug naar actuele onderwerpen

Suggesties
De Art & Architecture Thesaurus, en daarmee ook de vertaling, bestrijkt vanzelfsprekend niet het totale terrein van het cultureel erfgoed, maar legt een zeer stevig fundament voor een dergelijke thesaurus.
Een thesaurus is een dynamisch instrument, waarin altijd verfijningen en toevoegingen noodzakelijk zullen zijn. De AAT-Ned zal verder aangevuld en aangepast moeten worden, in de pas lopend met de ontwikkelingen en vragen in de culturele instellingen. Er zijn nog tal van instellingen voor cultureel erfgoed die de AAT-Ned graag aangevuld zien met soorten termen die betrekking hebben op hun collecties, maar waarin de AAT-Ned niet voorziet.

Voortzetting, verrijking en verbreding kan alleen maar in een voortdurende wisselwerking met het veld. Wilt u een steentje bijdragen aan de AAT-Ned? Via termsuggestie komt u op de pagina met alle informatie over het aanleveren van termsuggesties voor de AAT-Ned.

Terug naar actuele onderwerpen


VRAGEN?
Mocht u nog andere vragen of opmerkingen hebben stuur dan een e-mail naar .

Voor informatie met betrekking tot het Vlaamse onderdeel van de AAT-Ned kunt u contact opnemen met:
  • Erfgoed Limburg (PCCE, Provinciaal Centrum voor Cultureel Erfgoed): , telefoon 011-238384;
  • MovE: , telefoon 09-2677285;
  • Collectieregistratie Stad Antwerpen: , telefoon 03-2011586;


Handleidingen
Al in september 2000 is een Handleiding bij het gebruik van de Art & Architecture Thesaurus verschenen. Behalve een algemeen introducerend deel over de inhoud en gebruik van de Art & Architecture Thesaurus bevat deze handleiding praktische voorbeelden voor het gebruik van de AAT-Ned in cultuurhistorische musea. De Handleiding bij het gebruik van de Art & Architecture Thesaurus is te koop bij het Bureau AAT-Ned. De prijs is € 6,50 (inclusief verzendkosten en BTW). Vlaamse gebruikers kunnen zich ook wenden tot Culturele Biografie Vlaanderen, t.a.v. .

Bovendien zijn richtlijnen voor het gebruik van de Art & Architecture Thesaurus, gespecificeerd naar collectietype (museum, bibliotheek, documentatie-centrum of archief) te vinden in de Guide to Indexing and Cataloging with the Art & Architecture Thesaurus (New York, 1994). Ook de Learn about the Getty Vocabularies van het Getty Research Institute biedt nuttige informatie.

Terug naar actele onderwerpen



Meer informatie

De ontwikkeling van de AAT-Ned

Het Getty Research Institute begon in de jaren tachtig aan de opbouw van een thesaurus op het gebied van cultureel erfgoed. De thesaurus is ontwikkeld in het kader van het Art History Information Program (AHIP) van de Getty Trust in de V.S. en wordt nu onderhouden door het Vocabulary Program van het Getty Research Institute in Los Angeles. In 1990 en 1994 (tweede, aanzienlijk uitgebreide editie) verscheen de AAT in boekvorm. Latere edities verschenen alleen in elektronische vorm. Sinds april 1997 is de Art & Architecture Thesaurus vrij op internet te raadplegen.

In 1994 nam het RKD het initiatief tot een vertaling en vond de RDMZ als projectpartner, waarbij het RKD zich ontfermde over het roerend erfgoed en de RDMZ het onroerend erfgoed voor zijn rekening nam. Het was de logische voortzetting van eerdere standaardisatieactiviteiten op terminologisch gebied in de Nederlandse museumwereld, zoals het MARDOC-project (1970-1989) en het project MuseumTerm (1992-1994). Van meet af aan werd steun ontvangen van de Mondriaan Stichting en in een later stadium voegde ook het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap zich bij de financiers.

In de jaren 1996-1997 maakte Vertaalbureau UvA Vertalers te Amsterdam een ruwe vertaling van de Amerikaanse AAT-versie van september 1995, door het Getty Research Institute ter beschikking gesteld: 26000 voorkeurstermen met 17500 definities, 2000 gidstermen. De 90000 niet-voorkeurstermen (synoniemen, permutaties en spellingsvarianten) bleven buiten beschouwing.

In de tweede fase 1998-2002 is de eerste basisvertaling bijgewerkt en verder verfijnd en aangevuld door redacties van specialisten en door medewerkers van de AAT-Ned, ingezet door de projectpartners. Ook zijn er enkele duizenden nieuwe Nederlandstalige voorkeurstermen en synoniemen toegevoegd. Het project werd gefinancierd door de Mondriaan Stichting, het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap (vanaf 1998) en de projectpartners RKD/RDMZ. In 2003 is van het Ministerie van OCW een in 2002 aangevraagde subsidie verkregen waarmee een belangrijk deel van de nog tot en met 2004 te verrichten werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd.

De subsidies van de Mondriaan Stichting en het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap liepen tot september 2002. De met deze subsidies gerealiseerde projectfase werd in juni 2002 bekroond met de uitbrenging van de proefversie op CD-ROM, waarvoor zeer veel belangstelling bleek te bestaan. De AAT-Ned was inmiddels ook te raadplegen op het internet, via de website van het RKD.

Het Getty Research Institute is verder gegaan met uitbreidingen aan de Art & Architecture Thesaurus. Voor een update van de AAT-Ned is onderzoek gedaan naar de verschillen met de Amerikaanse versie van 2000: er zijn 1500 nieuwe termen en 2500 nieuwe scope notes. De 1500 nieuwe termen en 2500 nieuwe scope notes uit de versie 2000 zullen nog voor het einde van het jaar 2004 worden vertaald en geredigeerd.

Terug naar meer informatie


Veel gestelde vragen over de AAT en de AAT-Ned

  1. Wat is de Art & Architecture Thesaurus (AAT) precies?
  2. Welke bronnen zijn gebruikt voor de AAT?
  3. Wie gebruiken de AAT wereldwijd?
  4. Waarom is de AAT in het Nederlands vertaald?
  5. Wie gebruiken de AAT-Ned in Nederland en Vlaanderen?
  6. Kunnen aan de AAT-Ned nog termen toegevoegd worden en zijn veranderingen mogelijk?
  7. Waarom staan de termen in het meervoud? Kan ook het enkelvoud gebruikt worden?
  8. Is de AAT ook in andere talen vertaald?
  9. Wat is het nut van het gebruik van een thesaurus?
  10. Kan ik van de MARDOC-lijst gemakkelijk overstappen op de termen uit de AAT-Ned?
  11. Is er literatuur over de AAT?


1. Wat is de Art & Architecture Thesaurus (AAT) precies?

De AAT is een verzameling van termen op het gebied van beeldende kunst, architectuur, toegepaste kunst en materiële cultuur. De AAT bevat niet alleen termen die objecten aanduiden, maar bijvoorbeeld ook termen voor materialen, technieken en stijlen. Kortom, termen die nodig zijn om een cultuurhistorisch object (dan wel een foto van of documentatie over een object of objecten), van welke aard dan ook, te beschrijven. Deze termen zijn bovendien naar hun betekenis gerangschikt. Zoals elke thesaurus kent de AAT drie typen relaties tussen termen: 
  • hiërarchische relaties; (broader terms, narrower terms) bijvoorbeeld 'bureaustoelen' is een meer specifieke term (narrower term) voor 'stoelen', terwijl 'zitmeubels' een meer algemene term (broader term) voor 'stoelen' is.
  • equivalente relaties; er zijn twee vormen equivalente relaties:
    • synonieme relaties: voorkeurstermen, niet-voorkeurstermen: (use, used for terms); bijvoorbeeld 'sculpturen' is een synoniem van 'beeldhouwwerken', maar 'beeldhouwwerken' is de voorkeursterm en bij 'sculpturen' wordt verwezen naar 'beeldhouwwerken'.
    • vreemde taalrelaties: in het veld Term staat de Nederlandse term en in het veld Engelse Term staat de Amerikaanse term.
  • associatieve relaties; (related terms) bijvoorbeeld 'funeraire objecten' staat in betekenis dichtbij 'begrafenissen', maar de termen staan niet dichtbij elkaar in de hiërarchie; daarom wordt bij de term 'funeraire objecten' verwezen naar de term 'begrafenissen' en andersom.
Deze ordening is vooral handig voor het terugvinden van objecten in omvangrijke databanken.

Eigennamen (kunstenaarsnamen en plaatsnamen) zijn niet opgenomen in de AAT. Die kunt u vinden in de eveneens door het Getty Research Institute ontwikkelde Union List of Artist Names en de Thesaurus of Geographic Names. Het RKD onderhoudt een lijst van kunstenaarsnamen, die via het web raadpleegbaar is RKD-Artist.
Ook termen m.b.t. literaire of historische thematieken (bijvoorbeeld de Sabijnse Maagdenroof) zijn niet in de AAT te vinden. Daarvoor is Iconclass beschikbaar. Tenslotte behoren ook termen voor levensmiddelen niet tot het domein van de AAT. Hiervoor kunt u het meertalig Food Lexicon raadplegen. Onder de knop 'Andere Thesauri' bij de AAT-database vindt u nog een aantal thesauri.
Een goed overzicht van (Engelstalige of meertalige) classificaties, thesauri en trefwoordenlijsten biedt Wordhoard van de Engelse Museum Documentation Association.

Terug naar de vragen

2. Welke bronnen zijn gebruikt voor de AAT?

De AAT is gebaseerd op zes internationaal toegepaste indexen:
  • Avery Index to Architectural Periodicals
  • Architectural Keywords (RIBA)
  • International Repertory of the Literature of Art (RILA)
  • Bibliography of the History of Art (BHA)
  • Library of Congress Subject Headings (LCSH)
  • Revised Nomenclature for Museum Cataloging
Daarnaast werden duizenden andere bronnen geraadpleegd om het precieze gebruik van een term in de vakliteratuur te definiëren. In de in boekvorm verschenen versie van de AAT (zie bij Literatuur) zijn ca. 3000 'bronnen' in de bibliografie opgenomen.

Bij de voorlopige vertaling naar het Nederlands zijn door het vertaalbureau ca. 400 bronnen gebruikt. De deskundigen van de redacties hebben nog eens ongeveer 250 bronnen gebruikt. De bronbeschrijvingen zijn nog niet vanuit de database beschikbaar, maar via een Wordbestand. In de database van de AAT-Ned staat in het Bronveld een lettercode, de codes zijn in alfabetische volgorde opgenomen in de Bronnenlijst. Achter de code staat in de lijst een (bibliografische) beschrijving van de desbetreffende bron.

Bronnenlijst AAT-Ned [DOC]

Terug naar de vragen

3. Wie gebruiken de AAT wereldwijd?

Vooral in het Engelse taalgebied, met name in de V.S., Canada en Engeland, gebruiken veel instellingen, zoals musea, bibliotheken, archieven, diatheken en onderzoeksinstituten, de AAT. Enkele grote instellingen die met de AAT werken zijn het Metropolitan Museum of Art en het Museum of Modern Art in New York, de Library of Congress in Washington, de National Art Library, het British Museum, het Courtauld Institute, de Tate Gallery en het Victoria & Albert Museum in Londen en de Bibliothèque Nationale in Parijs, maar ook vele kleine regionale of locale instellingen maken er gebruik van.

Terug naar de vragen

4.Waarom is de AAT in het Nederlands vertaald?

Onderzoek van het NBBI, Projectbureau voor Informatiemanagement, - deels uitgevoerd door Topterm te Amsterdam en Tarsessos B.V. te Leiden - in de eerste helft van de jaren negentig, wees uit dat steeds meer Nederlandse musea gecontroleerde termenlijsten zouden willen gebruiken bij de collectieregistratie. Hoewel er ook behoefte bleek te bestaan aan een landelijk 'clearing house' op terminologie-gebied, werd geen financiering gevonden om een dergelijk project te starten.
Om te voorkomen dat elke instelling afzonderlijk veel tijd en geld zou gaan spenderen aan het samenstellen van termenlijsten, werd het initiatief genomen tot de vertaling van de AAT, die grotendeels in de behoeften voorziet. Bovendien biedt de nu ontstane tweetalige thesaurus de mogelijkheid tot internationale uitwisseling en communicatie. 

Terug naar de vragen

5. Wie gebruiken de AAT-Ned in Nederland en Vlaanderen?

In het Nederlandse taalgebied zijn veel instellingen in afwachting van het beschikbaar komen van de gecontroleerde vertaling. Een aantal instellingen gebruikt reeds de voorlopige vertaling en levert daar commentaar op. 
  • Monumentenregistratie
    De afdeling Monumenten & Landschappen van het Ministerie van Vlaamse Gemeenschap te Brussel gebruikt een eigen vertaling van de AAT, die in overeenstemming gebracht wordt met de geautoriseerde Art & Architecture-Nederlandstalig. Deze dienst is ook betrokken bij het redactiewerk, evenals de Nederlandse Rijksdienst voor de Monumentenzorg.

  • Collectieregistratie musea
    Ca. 30 musea hebben de hiërarchische presentatie (de AAT-Ned kent zowel een hiërarchische als een alfabetische presentatie van de termen) van de Nederlandse termen gekregen en daar commentaar op gegeven. Bovendien worden in verschillende Nederlandse provincies de deelcollecties beschreven volgens het model van het Utrechtse 'Museum Inventarisatie Project' (MusIP). Daarbij wordt de AAT-Ned toegepast.

  • Ontwikkeling aanverwante thesauri
    De volkenkundige musea in Nederland werken gezamenlijk aan de ontwikkeling van een volkenkundige thesaurus, waarbij de AAT-Ned als één van de bronnen dient. De volkenkundige thesaurus en de AAT-Ned zullen op termijn zodanig op elkaar zijn afgestemd dat ze op elkaar aansluiten.

  • IGEM Internet Gelderse Musea
    Dit platform stelt informatie van Gelderse musea op objectniveau beschikbaar. In de database worden beschrijvingen opgenomen die volgens de AAT-Ned zijn gestandaardiseerd. Daardoor is het mogelijk om via trefwoorden in de verschillende collecties te zoeken.


Terug naar de vragen

6. Kunnen aan de AAT-Ned nog termen toegevoegd worden en zijn veranderingen mogelijk?

De AAT-redactie van het Getty Research Institute werkt voortdurend aan de verbetering en aanvulling van de AAT. Termsuggesties hiervoor uit 'het veld' zijn welkom. Alleen door de AAT steeds te blijven verbeteren en verfijnen kan het ook in de toekomst een zinvol instrument blijven. Zo zal vanzelfsprekend ook de AAT-Ned na voltooiing van de vertaling steeds worden verbeterd en aangevuld. De gebruikers zullen door middel van 'updates' op de hoogte worden gehouden van deze veranderingen.

Terug naar de vragen

7. Waarom staan de termen in het meervoud? Kan ook het enkelvoud gebruikt worden?

Omdat in bibliotheken altijd met de meervoudsvorm gewerkt wordt (wanneer sprake is van telbare naamwoorden), in musea daarentegen met het enkelvoud, mogen bij de AAT-Ned zowel de meervouds- als de enkelvoudsvorm als voorkeursterm gebruikt worden. De termen verschijnen in de AAT in eerste instantie in de meervoudsvorm, maar bij elke term is ook de enkelvoudsvorm opgenomen in het veld alternatieve term. Wanneer de AAT-Ned wordt ingelezen in collectieregistratie-software kunt u desgewenst kiezen voor de enkelvoudsvorm of het deelwoord als standaarddescriptor.

Terug naar de vragen

8. Is de AAT ook in andere talen vertaald?

De AAT-Ned is voorzien van Engelse equivalenten bij de Amerikaanse termen.

Op initiatief van zowel Franse als Canadese instellingen, worden grote delen van de AAT in het Frans vertaald. Ook wordt gewerkt aan een integrale Spaanse vertaling in een samenwerkingsverband tussen het Getty Research Institute en het Centro de Documentación de Bienes Patrimoniales in Chili.

Terug naar de vragen

9. Wat is het nut van het gebruik van een thesaurus?

Het gebruik van vrije trefwoorden 'full text retrieval' bij de ontsluiting van grotere bestanden levert bij het terugzoeken van gegevens veel 'ruis' op (dingen die u niet zoekt) vanwege allerlei taalproblemen (synoniemen, homoniemen, spellingvarianten, afkortingen etc). Dit maakt het snel terugvinden van informatie lastig. Bij collecties met historisch materiaal zijn de problemen per definitie nog groter, omdat namen voor objecten in de loop van de tijd veranderen - een woord als buizen (korte jasjes of vissersschepen) is in onbruik geraakt -. Het gebruik van gecontroleerde trefwoorden is in een cultuurhistorische omgeving dan ook onontbeerlijk.

Meer online informatie over het nut van het gebruik van een thesaurus bij het documenteren van museumobjecten kunt u vinden in de volgende websites: Thesaurus principles and practice en Learn about the Getty Vocabularies van het Getty Research Institute en in de literatuurlijst.

Terug naar de vragen

10. Kan ik van de MARDOC-lijst gemakkelijk overstappen op de termen uit de AAT-Ned?

De AAT-handleiding bevat een lijst van de objecttermen voor afbeeldingen en alle koepel- en groepstermen uit de MARDOC-Handleiding voor de beschrijving van afbeeldingen (beter bekend als de MARDOC4-lijst) met hun equivalenten in de AAT-Ned. Wie tot nu toe gewend was te werken met de MARDOC4-lijst en op de AAT-Ned wil overgaan hoeft niet zelf de termen te identificeren in de AAT-Ned, maar kan gebruik maken van de lijst in de handleiding. Daarbij dient wel aangetekend te worden dat de lijst een momentopname is en er gedurende het vertalen en redigeren nog wijzigingen kunnen optreden in termen in de AAT-Ned. De MARDOC4-termen worden sinds september 2002 geïntegreerd in de AAT-Ned. De termen blijven steeds terugvindbaar in de rubriek MARDOC.
Voor diegenen die gebruik maken van collectieregistratie-software met thesaurusfaciliteiten is er de mogelijkheid de overgang van de gebruikte MARDOC4-termen naar de AAT-Ned grotendeels automatisch te laten verlopen. Slechts bij de MARDOC-termen die verwijzen naar twee of meer termen in de AAT-Ned zullen handmatige aanpassingen gedaan moeten worden.

Terug naar de vragen

11. Is er literatuur over de AAT?

Enkele titels:
  • Toni Peterson, Art & Architecture Thesaurus : introduction to the Art and Architecture Thesaurus, New York, Oxford, 1994 (2e druk).
  • Toni Peterson, Patricia J. Barnett (red.), Guide to Indexing and Cataloging with the Art & Architecture Thesaurus, New York, 1994.
  • Jan P. van de Voort, 'De (Nederlandse) Art & Architecture Thesaurus, een instrument voor collectie-ontsluiting' in: VGI Cahier 10 (1998), Amsterdam, Vereniging voor Geschiedenis en Informatica, p. 115-134.
  • Marc Hameleers (red.), Themadag thesaurusbouw; Bewerkte lezingen van de Themadag Thesaurusbouw gehouden op 29 november 1998 in het Gemeentearchief Amsterdam, Amsterdam, Vereniging De Topografisch-Historische Atlas, 1999.
  • A.A.G. Gaalman, M. Pragt, 'Het gebruik van de AAT in Musip' in: S.Coenen en S. Marsfelder, Museumcollecties indelen. Musip als nieuw instrument voor collectiebeheersing, Utrecht 2000, p. 22-24.
  • Annette Gaalman, Jan P. van de Voort, 'Project Nederlandse versie van de Art & Architecture Thesaurus' in: RKD Bulletin 1 (2000), Den Haag, Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie, p. 46-55.
  • Annette Gaalman, Mirjam Pragt, Handleiding bij het gebruik van de Art & Architecture Thesaurus, Amsterdam, Nederlandse Museumvereniging, 2000.
  • Adri Biemond, Thesauri voor het Gemeentemuseum Den Haag : adviesnota, Zoetermeer, 2001.



 
Nederlandse AAT Back Zoek in de AAT
Over de Nederlandstalige AAT Toelichting bij het gebruik van deze database Klik hier om een nieuw termvoorstel te doen Browse in de Amerikaanse AAT Verwijzingen naar andere termenlijsten

Powered by ADLiB Information Systems
© Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie