ZoekenTyp een woord of een deel van een woord in het veld Zoekterm(en). Bij Veld kunt u aangeven in welk veld dit woord (deel) gezocht moet worden. Bij Operator kunt u aangeven of u exact op het aangegeven woord wilt zoeken (=) of op alle termen die dat woord(deel) bevatten (Bevat). Bij Trunkeren kunt u aangeven of alle woorden die beginnen met het aangegeven woord(deel), gezocht moeten worden (Rechts) of alle woorden die eindigen met het aangegeven woord(deel) (Links) of dat zonder trunkeren op het woord(deel) gezocht moet worden (Geen).
De eerste zoekterm kunt u combineren met een tweede en derde zoekterm door bij Combineren met aan te geven of u alle records wilt vinden die beide zoektermen bevatten (en), of alle records die één van de zoektermen bevatten (of), of records die wel de ene zoekterm bevatten, maar niet de andere (maar niet). Zo kunt u zoeken naar alle thesaurustermen die het woord kant bevatten en waarbij in de Scope Note de woorden kant of textiel voorkomen. Daarmee sluit u het vinden van termen als kantoren, predikanten en vakanties uit.
Vervolgens worden de gevonden termen getoond. Het gezochte woord verschijnt boven aan de lijst wanneer het in de thesaurus aanwezig is. In de lijst staan alle termen die beginnen met het door u ingetypte woord of samenstellingen die het woord bevatten. Wanneer gezocht is op kant worden gevonden kant en klare betonmortel, kant (materiaal), kant- en klaar contracten, ruwe kant en ook Valenciennes kant en Nottingham kant, maar niet naaldkant, kloskant, predikanten en vakanties. Wanneer u alle termen wilt vinden waarin een bepaald woorddeel voorkomt, ongeacht de plaatsing binnen de term, dan kunt u dat doen door driemaal op Nederlandse term te zoeken, telkens een andere trunkeermogelijkheid in te vullen (rechts, links en geen) en de operator of telkens te gebruiken.
In de lijst kunnen groene en rode termen staan. De groene termen zijn voorkeurstermen. Wanneer u op een groene term klikt verschijnt het volledige record van deze term. De rode termen zijn niet-voorkeurstermen. Achter deze termen staat een USE-verwijzing, een verwijzing naar de voorkeursterm. Wanneer u hierop klikt verschijnt het volledige record van de voorkeursterm, waarin ook de niet-voorkeursterm is opgenomen. De paarse termen zijn gidstermen of Nederlandse termen zonder Engels equivalent. Wanneer meer dan tien termen zijn gevonden na uw zoekvraag, worden alleen de eerste tien gepresenteerd. Door op de knop Volgende te drukken komen de volgende tien termen in beeld. Ook icoontjes voor de termen geven een indicatie:
groen vinkje = voorkeursterm
rood kruisje = niet-voorkeursterm
geel wiebertje = gidsterm
paperclipje = semantische factor
Recordpresentatie
De AAT is samengesteld volgens de internationale thesaurusstandaard. Daarom wordt hier de internationaal gebruikte aanduiding van gegevenstypen gehanteerd.
Voor meer informatie over wat een thesaurus precies is en welke termrelaties in een thesaurus voorkomen, zie Over AAT-NED.
Men kan kiezen tussen twee presentaties: de Nederlandstalige presentatie en de Engelstalige persentatie. De laatste verschilt enigzins van de eerste.
TERM: een thesaurusterm; dit kan zowel een voorkeursterm (ook wel genoemd: descriptor) zijn, d.w.z. een term die gebruikt mag worden bij het indexeren of catalogiseren van gegevens, als ook een niet-voorkeursterm (non-descriptor). Ook kan het een guide term zijn (termtype is 'guide' of 'gidsterm'). Dit is een term die alleen dient om de hiërarchische ordening van de thesaurus overzichtelijker te maken. Deze termen mogen niet gebruikt worden bij het catalogiseren.
TERMSTATUS: een aanduiding die toegevoegd kan zijn aan een term: voorkeursterm; niet-voorkeursterm; gidsterm. die nog geen relaties hebben gekregen (kandidaattermen).
TOPTERM: aanduiding van de hiërarchische top, de hoogste term zonder BT, waartoe deze term behoort.
USE: een 'gebruik'-verwijzing; wanneer in dit veld een term is ingevuld betekent dat, dat de in het veld TERM ingevulde term een niet-voorkeursterm is. De in het USE-veld ingevulde term is de te gebruiken voorkeursterm. Deze verwijzing wordt gebruikt bij synoniemen, spellingsvarianten of termen met omgekeerde woordvolgorde, b.v. bij de niet-voorkeursterm ongeclassificeerde muziekinstrumenten wordt verwezen naar de voorkeursterm muziekinstrumenten.
Wanneer het USE-veld ingevuld is zijn de velden BT, NT, RT en SN altijd leeg.
USED FOR: een 'gebruikt voor'-verwijzing; in dit veld is de term (het kunnen er ook meerdere zijn) ingevuld die synoniem is van de voorkeursterm in het veld TERM. Deze niet-voorkeursterm mag niet gebruikt worden en is daarom ook rood.
SEMANTISCHE FACTOREN: voorkeurstermen (meestal twee) die in combinatie een concept vormen, dat niet zelfstandig in de thesaurus voorkomt, b.v. donoren en portretten; zij vormen het concept donorportretten.
SEMANTISCHE FACTOR VAN: het concept dat gevormd wordt door twee of meer voorkeurstermen in combinatie te gebruiken bij het indexeren of zoeken, b.v. donorportretten. De descriptor donoren is samen met de descriptor portretten semantische factor van donorportretten.
SEE: verwijzing van een niet-voorkeursterm naar twee of meer voorkeurstermen. De niet-voorkeursterm fysieke hulpmiddelen verwijst naar de voorkeurstermen: brillen; gehoorapparaten; krukken (hulpmiddel); kunstgebitten; rolstoelen en wandelstokken. De SEE-verwijzing is bedoeld als zoekleiding.
SEEN FROM: de niet-voorkeursterm, fysieke hulpmiddelen, waarvan verwezen is naar deze voorkeurstermen: brillen; gehoorapparaten; krukken (hulpmiddel); kunstgebitten; rolstoelen en wandelstokken.
BROADER TERM: de term die hiërarchisch direct boven de hier gepresenteerde thesaurusterm is geplaatst. Een ruimer overzicht van de hiërarchische plaatsing van een term vindt u onder de knop Toon hiërarchie.
NARROWER TERMS: de term of termen die hiërarchisch direct onder de hier gepresenteerde thesaurusterm zijn geplaatst.
RELATED TERMS: de termen die niet in de hiërarchie van de hier gepresenteerde thesaurusterm zijn geplaatst, maar die er wel verwant aan zijn.
ALTERNATIEVE TERM: de enkelvoudsvorm of een deelwoord. Voor het inlezen van de AAT Nederlandstalig in een thesaurusmodule kunt u de keuze maken om de enkelvoudsvorm i.p.v. de meervoudsvorm in het TERM-veld te plaatsen.
ENGELSE TERM: de Engelse term zoals die in de Amerikaanse AAT staat vermeld.
SCOPE NOTE: een uitleg van de betekenis die de term in deze thesaurus heeft.
BRON: de bron(nen) waaruit de term afkomstig is.
TERMNUMMER: nummer dat in de AAT aan elke voorkeurs- en gidsterm is toegekend. Termnummers zonder voorafgaande letter zijn termnummers uit de Amerikaanse AAT. Termnummers beginnend met een M zijn MARDOC-termen, ontleend aan de publicatie: Jeanne Hogenboom en Jan van de Voort, MARDOC-Handleiding voor de beschrijving van scheepsmodellen, Rotterdam 1982. In deze handleiding waren ca. 6500 trefwoorden opgenomen in een beperkte hiërarchie. Deze zijn door honderden musea in Nederland en ook in Vlaanderen gebruikt. Daarom zijn deze termen in de AAT Nederlandstalig opgenomen. Komen ze overeen met bestaande termen, dan wordt het M-nummer verwijderd en vervangen door een AAT-termnummer (nummer zonder beginletter) of een N-nummer.
De termnummers beginnend met een N, zijn nieuw toegevoegde Nederlandse descriptoren; ze hebben (nog) geen Engelstalig AAT-equivalent.
Engelstalige recordpresentatie
Het eerste veld heet hier ENGELSE TERM en toont het Amerikaans-Engelse equivalent van de Nederlandse term uit het veldb TERM. Na het veld ALTERNATIEVE TERM volgt het veld BRITSE TERM. Dit bevat het Brits-Engelse equivalent van de term uit het veld ENGELSE TERM. Het volgende veld BRITSE ALTERNATIEVE TERM bevat het enkelvoud van de term uit het veld BRITSE TERM. Na het veld TERMNUMMER volgt tenslotte het veld TERMNOTATIE. Het bevat de systematische code, die elke voorkeurs- of gidsterm heeft in de Amerikaanse AAT.
|