Oktober, 2005
Uitgave nr.3
De NTR-tussenstand |
De NTR-tussenstand
Rond de AAT, deel III
Pilotpresentaties
De techniek discussie
De organisatie discussie
|
Rijksbureau voor kunsthistorische Documentatie
Bureau Art & Architecture Thesaurus
Postbus 90418
2509 LK Den Haag
e-mail :
website : https://aat-ned.nl/
telefoon: 070-3339717
|
Nieuws van bureau AAT
|
Inhoudelijke Werkzaamheden
De volgende records zijn onlangs aangepast op spellingsfouten in de term of scope note. Mede met dank aan de oplettendheid van de heer Schierbeek van het Haags Gemeentemuseum
Handelsbanken (in SN), snaarinstrumentonderdelen, materialen naar vorm: toestand, materialen naar vorm: korreligheid, lampenglazen, lampenkappen, lampenkapframes, lampenscharen, bedspreien (in SN), papier (vezelproduct), nagels met loden koppen en tot slot pruikenmakers.
De heer van Kooij van het Zuiderzeemuseum heeft onlangs zijn blik geworpen op een serie nautische termen. Als gevolg zijn de volgende records gewijzigd: ponen (schepen), lemmerhengsten, hoekers, paviljoenponen, poonschepen en tot slot Zeeuwse ponen.
Hiërarchische presentatie AAT-Ned
Sinds begin oktober is de hiërarchische internet presentatie van de AAT records inactief. Het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD)heeft de oorzaak van deze plotselinge staking nog niet kunnen vaststellen. Als gevolg is het (logischerwijs) uitermate moeilijk gebleken het probleem op te lossen. In samenwerking met de software provider van het RKD hoopt men zo snel mogelijk de oorzaak van het probleem te achterhalen en de hiërarchische presentatie wederom online te brengen.
De workshop gevorderd gebruik van de AAT
Wegens een tekort aan interesse zal deze workshop die gepland was voor 17 november helaas géén doorgang vinden.
Archief voorgaande AAT-nieuwsbrieven
De twee eerder gepubliceerde nieuwsbrieven kunnen met behulp van onderstaande links worden opgeroepen:
nieuwsbrief april
nieuwsbrief augustus
|
|
De NTR-tussenstand
De nieuwsbrief wordt dit jaar vier keer uitgebracht. De één na laatste staat nu op uw beeldscherm. Deze derde nieuwsbrief staat in het teken van de studieconferentie welke op 26 oktober jl. is gehouden. Hier werden de tussentijdse resultaten gepresenteerd en een laatste discussie gevoerd over de organisatie van de NTR.
De studieconferentie bestond uit drie delen. Het eerste deel dat 's morgens werd gehouden stond in het teken van de pilot projecten welke in de vorige nieuwsbrief aan u zijn voorgesteld.
De inhoud van deze nieuwsbrief volgt dezelfde volgorde als de studieconferentie. Een korte inleiding van Bert Warmelink, gevolgd door de stand van zaken per pilot. 's Middags waren er twee discussiegroepen, één over de technische aspecten van de NTR en één over organisatorische. De bevindingen van deze discussie zijn als laatste twee artikelen in de nieuwsbrief opgenomen.
In de linkerkolom van de nieuwsbrief vindt u de gebruikelijke mededelingen van het bureau AAT. Wij wensen u veel leesplezier.
Wat is er gaande rond de AAT, deel III
In de nieuwsbrief van juli 2005 werd u in het artikel "Wat is er gaande rond de AAT, deel II" op de hoogte gebracht van de voortgang van het project Nationale Thesaurus Referentiestructuur. In dit project worden de mogelijkheden onderzocht om de AAT te koppelen aan andere thesauri in het erfgoedveld, opdat een netwerk van thesauri kan ontstaan. In die nieuwsbrief werden drie van de vier NTR-pilot projecten aan u voorgesteld.
Op een studiebijeenkomst op 26 oktober 2005 werden de resultaten van de pilot projecten gepresenteerd. Elders in deze nieuwsbrief vindt u een verslag van de studiebijeenkomst.
In de laatste 2 maanden van het NTR-project, dat per 31 december 2005 wordt afgesloten, worden de pilot projecten verder afgerond. Op die manier ontstaat een gevarieerd beeld van de technische mogelijkheden en moeilijkheden. Voorts zullen stappen worden gezet, die moeten leiden tot een organisatorische structuur die het mogelijk maakt in 2006 en volgende jaren de koppeling van uiteenlopende thesauri aan elkaar en aan de AAT verder te ontwikkelen. De bedoeling is dat diverse organisaties uit het erfgoedveld daartoe gaan samenwerken.
de pilotpresentaties
In totaal waren er 's morgens zo'n vijftig mensen aanwezig bij de presentaties van de pilot projecten. Na een korte inleiding van Bert Warmelink was de eer aan de Stichting Kerkelijk Kunstbezit in Nederland om de spits af te bijten. Bij elke pilot presentatie was er een korte inleiding op hun referentiestructuur, de instelling die deze beheert en de reden om mee te doen aan de NTR. Omdat dit in de vorige nieuwsbrief is behandeld zullen we in deze nieuwsbrief met name in gaan op de technische aspecten.
SKKN is eerst bezig geweest met bijwerken van hun referentiestructuur. Dit werd gedaan met een automatische/statische analyse. Vervolgens werd de SKKN-thesaurus aan de AAT-Ned gerelateerd, het werd al snel duidelijk dat op het vakgebied van de SKKN veel schijnbare fouten in de AAT zaten. Ook bleek dat het "mappen" van de beide thesauri arbeidsintensief werk is, waarbij computersoftware maar een deel van dat probleem oplost. Tijdens de SKKN pilot is een duidelijk beeld ontstaan van de manier waarop door middel van RDF/SKOS en webservices een netwerkstructuur van kennissystemen zou kunnen worden gemaakt. Voor een verdere ontwikkeling van de NTR is het nodig dat de taalkundige tools waarmee de mapping tussen de verschillende thesauri ondersteund wordt nog verder uitgewerkt en verbeterd worden.
De pilot in Groningen staat nog in de kinderschoenen, hierbij is wel aangetoond dat er goede link kan worden gelegd tussen twee databestanden. In dit geval is er (omdat de pilot nog zo jong is) gekozen om deze link te leggen tussen een tekstbestand en de AAT thesaurus.
Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM) heeft hun "glasthesaurus" ter beschikking gesteld voor deze pilot. Vanuit deze instelling is men erg bezig met onderzoek naar het delen van kennis met behulp van standarisering. In verband met de NTR richten zij zicht op de vergelijking van AAT termen. Zowel op inhoud als in hiërarchie. Zodat er een duidelijk beeld ontstaat van de lokale behoeften binnen de NTR in vergelijking met de glasthesaurus. De uiteindelijke conclusies van deze pilot zullen eind december bekend worden. De afsluiting was voor de Stichting Volkenkundige Collectie Nederland.
Een belangrijke doelstelling -naast de mapping van beide thesauri- was dat de SVCN, ook bij deelname aan de NTR, wil blijven werken in hun huidige registratie omgeving.
De pilot heeft duidelijk kunnen aantonen dat de verschillende thesauri aanvullend aan elkaar, in één enkele interfase te presenteren zijn. Zonder dat de ze op dezelfde server staan. Daarmee is het concept van de NTR, waarbij ervan uit wordt gegaan dat alle thesaurus-beheerders hun eigen registratiesoftware blijven gebruiken in theorie aangetoond.
Uit enkele pilots blijkt uit de verschillende instellingen met hun thesauri veel kunnen bijdragen aan een kwalitatief betere thesaurus (de NTR) dan de AAT-Ned.
|
Dit kan met name omdat de instellingen in kwestie expert zijn op hun vakgebied gebied. Dit in tegenstelling tot een bureau zoals dat van de AAT, waarbij een veel meer oppervlakkige kennis van de gebruikte termen aanwezig is.
Uit de verschillende pilots en met name die SVCN-pilot is te concluderen dat alle participerende instellingen denken veel van de kennis die in hun thesauri naar voren komt te delen met het erfgoedveld. De NTR zou daarvoor een goed instrument zijn.
Er is echter nog wel een weg te gaan voordat de instellingen hun thesaurus (en de AAT) optimaal kunnen ontsluiten ten behoeve van andere NTR gebruikers.
De techniek discussie
Voor de discussie waren met name museumsoftware leveranciers gevraagd aan te schuiven. Tijdens deze discussie is met name gekeken naar technische wensen en eisen om het NTR project mogelijk te maken. Is het haalbaar een dergelijke gedistribueerd thesaurus netwerk op te zetten? En als het al mogelijk is, wat zijn de technische hindernissen en struikelblokken? Om het gesprek op gang te brengen werd om te beginnen van alle deelnemers gevraagd om een korte persoonlijke visie te geven op de NTR. De meningen die hieruit naar voren kwamen hebben gediend als agenda voor de verdere vergadering. Deze is aganda te verdelen in 5 punten.
1 Interoperabiliteit:
a. De syntax: Deze is goed onder controle met behulp van bestaande standaarden (SOAP/XML/RDF/RDFS).
b. Het datamodel: Er is veel vertrouwen dat dit goed onder controle komt door gebruik van recente standaarden (met name SKOS) Hiervoor moet nog een presentatie van het bestaande in SKOS formaat worden ontwikkeld.
c. Services en functionaliteit (Oftewel; welke services/functionaliteit wordt er aangeboden boven op het uitgewisselde datamodel?) Hier is nog nauwelijks over nagedacht, alhoewel verschillende partijen optimistisch zijn dat dit op korte termijn oplosbaar is. AdLib stelt voor om hier per e-mail een discussie over te starten.
2 Technische interoperabiliteit versus semantische interoperabiliteit:
a. De technische interoperabiliteit binnen de NTR hoeft geen probleem te zijn, hiervoor zijn alle technische middelen aanwezig en toepasbaar.
b. De semantische interoperabiliteit is minder goed te garanderen. Met name de semantische interoperabiliteit is nog in een open onderzoeksfase. Dit is echter wel een cruciaal onderdeel van NTR. In afwezigheid van technische oplossingen zullen organisatorische oplossingen hier uitkomst moeten bieden (editorial-board, "federated" beslisrechten over al dan niet integreren van veranderingen, etc).
3. De "spelregels" in het gedistribueerde systeem:
a. Compliance:(Wie/welke partij bewaakt dat knopen in het netwerk? Wie zich houden aan de voorgeschreven protocollen, syntax en datamodellen?)Ervaring bij web-services is dat er geen centrale "compliance-check" nodig is: partijen die zich niet aan de standaarden houden straffen voornamelijk zichzelf door niet interoperabel te zijn met andere partijen. Dit probleem lijkt dus geen belangrijke bottle-neck te zijn. Waardoor er verder geen werk nodig is om dit onderdeel te ondervangen.
b. Toegangsrechten: (Hoe wordt geregeld wie/welke partij toegang heeft tot welk vocabulaire/data van elke andere partij? ) Met name voor wat betreft de mate van centralisatie van zulke toegangsrechten regeling, en of de voorgestelde regeling mono-hiërarchische thesauri vereist (Hetgeen onwerkbaar zou zijn). In dit kader zijn enkele oplossingen aangedragen, er zijn echter nog geen concrete beslissingen gemaakt.
4 Maken versus onderhouden:
a. De maakbaarheid: De aanwezigen zij het eens erover dat een NTR structuur goed te bouwen lijkt met de beschikbare technologie
b. De onderhoudbaarheid en/of ook wel duurzaamheid: Moeilijker blijkt het te zijn voor wat betreft de onderhoudbaarheid van zo'n systeem na invoering. Met name het synchroniseren van parallelle versie van vocabulaire die zullen ontstaan door lokaal gemaakt veranderingen zullen problematisch zijn. (zie ook punt 2)
5 Low hanging fruit
Ten behoeve van de valorisatie van investeringen in AAT-NED identificeren de deelnemers de volgende eenvoudig te behalen successen:
a. Toegang op basis van services.
a. 1. Service gebaseerde AAT toegang (interoperabiliteit). Een centrale installatie van AAT(-NED) met service-gebaseerde toegang met behulp van open standaarden Dit is haalbaar op een termijn van een klein aantal maanden.
a. 2. Idem, maar nu voor andere thesauri (voor de NTR). Ook technisch snel haalbaar
b. Het toegankelijk maken van lokale veranderingen die zijn gemaakt door verschillende gebruikers van AAT, zodat andere partijen gebruik kunnen maken van die lokale veranderingen/uitbreidingen. Dit vereist aanpassing van de lokale software die gebruikt wordt om aanpassingen op de AAT te maken, liefst in termen van een verzameling afgesproken web-services (zie punt 1).
c. Gebruiksoverzicht van de AAT: Naast externe toegang tot lokale veranderingen in het vocabulaire kan ook toegang worden gegeven tot lokaal gebruik van AAT (of ander) vocabulaire in meta-data items. Hiermee kunnen verschillende doelen worden bereikt:
c. 1. Overzicht van het gebruik van AAT termen voor beleidsdoeleinden
c. 2. Overzicht van het gebruik van AAT termen als richtlijn voor andere gebruikers
c. 3.Gebruik van meta-data items van derden in zoek-interfaces etc gebruik in search interfaces
De overall-toon van de discussie is positief. Er zijn nog wel enkele zaken die nader onderzoek vergen. Toch kan de NTR op een huidige technische ontwikkelingen al goed worden geïnitieerd.
De organisatie discussie
De doelstelling van de discussie is om te bezien welke organisatorische vorm de Nationale Thesauri Referentie structuur (NTR) zou kunnen krijgen.
Men gaat van start met de bijbehorende organisatievragen. Hoe zou de NTR georganiseerd moeten worden? Het gaat daarbij om de organisatie van het beheer en van de redactie. Wat betreft het beheer spelen de volgende aspecten een rol:
• IT infrastructuur
• Interface NTR; toegang NTR
• Afspraken met decentrale thesaurus beheerders t.a.v. interoperabiliteit
• Marketing, gebruikerseducatie en voorlichting
|
De grenzen van deze discussie kunnen reeds aangegeven worden: een centraal bureau - met centrale redactie en centraal beheer - bestond al in de vorm van het AAT bureau, ondergebracht bij de RKD. Hiervoor is geen draagvlak en financiering meer te vinden bij het ministerie. Een geheel decentraal model - het zogenaamde Wikipedia model - waarbij er geen enkele centrale organisatie of redactie is, is afgewezen door de deelnemers aan de groepsdiscussie van het marktonderzoek. Daarbij dient het als een gegeven te worden gezien dat van het Ministerie gèèn financiering te verwachten valt.
Dit pleit voor een zo klein mogelijke centrale organisatie, waarbij zoveel mogelijk activiteiten decentraal en gedistribueerd door diverse participanten uit het erfgoedveld plaatsvindt. Uit deze randvoorwaarden is het NTR project tevoorschijn gekomen. Volgens de leden van de discussiegroep het de NTR een belangrijk voordeel naast de organisatorische en financiële mogelijkheden. De NTR maakt het makkelijker om over de grenzen van het eigen vakgebied heen te kijken: "sectie overstijgend", "vakgebied overstijgend" zijn daarbij veelgebruikte woorden door de deelnemers.
Ook worden er belangrijke vragen aan de kaak gesteld. Zo vraagt men zich af of iedereen met een thesaurus zomaar mag deelnemen? De meeste deelnemers vinden dat er duidelijke eisen aan de kwaliteit van de deelnemende thesauri gesteld moeten worden. Anderen relativeren dat enigszins en vinden dat de gebruikers zelf wel zullen bepalen of een bepaalde thesaurus voor hen nuttig is.
Een andere vraag is: Zou er geen maximum aan het aantal deelnemende thesauri gesteld moeten worden? Wanneer er erg veel thesauri aan de NTR deelnemen kon het wel eens onoverzichtelijk worden voor de gebruiker. Anderen vinden dat hiervoor een technische oplossing gevonden moet worden: het interface zou de gebruiker in staat moeten stellen thesauri te selecteren.
Ook de rol van de AAT-Ned binnen de NTR wordt besproken.
Wordt de boomstructuur van de NTR gevormd door de AAT? De AAT is de enige overkoepelende thesaurus in het erfgoedveld en is daarom aangewezen om de boomstructuur (kapstok) van de NTR te vormen. Het is de bedoeling de verschillende onderdelen (takken - in de andere analogie: jassen) telkens te laten beheren door een of meerdere terzake deskundige erfgoedinstellingen. Wanneer dit concept aanslaat, voorzien veel deelnemers dat de oorspronkelijke boomstructuur steeds meer zal 'overgenomen' en als zodanig een steeds kleiner onderdeel van een de gehele NTR zal vormen. Dit betekent het dat de NTR steeds losser zal komen te staan van de AAT. Niettemin is de AAT belangrijk als overkoepelende structuur en als startpunt voor de NTR. Zijdelings worden de eventuele copyright problemen met de oorspronkelijke copyrighthouder van de AAT 'The Getty Foundation' in de discussie aangestipt. Hierover zullen onderhandelingen worden gevoerd zodra meer duidelijkheid is verkregen over de start van de NTR.
Gesteld wordt dat met name in de startperiode van de NTR de deelnemende thesaurusbeheerders met enige regelmaat bij elkaar zouden moeten komen om deze zaken te bespreken. Daarbij zou er één persoon als coõrdinator en secretaris van het overleg moeten optreden. De deelnemers denken aan een overleg eens in de zes weken of twee maanden, in de latere stadia van ontwikkeling van de NTR zou de frequentie van dit overleg kunnen verminderen.
Het is wel van belang dat de aan te stellen medewerker van de centrale organisatievorm in staat is op niveau met deelnemende erfgoedinstellingen te communiceren, én zowel software als thesaurus kwesties aan te pakken en waar mogelijk op te lossen (of de oplossing aansturen).
Eén van de deelnemers de groepsdiscussie is de directeur van de Nederlandse Museum Vereniging. De NMV vindt de NTR in principe nuttig en vermoedt dat veel van haar leden hier gebruik van zouden kunnen maken. Overigens, deze deelnemer stelt met anderen dat dergelijke NTR erfgoedbreed moet worden opgezet: er moet dus ook overlegd worden met bibliotheken, archieven en andere erfgoedinstellingen.
De directeur van de Nederlandse Museum Vereniging legt eveneens uit dat het niet haalbaar is voor de NMV om een structurele financiering van een dergelijke organisatievorm. Dit zou namelijk een zeer belangrijke contributieverhoging voor de leden betekenen, hetgeen bij voorbaat niet haalbaar lijkt. Toch zijn zij in principe zeer bereid mee te werken aan de opzet van een NTR
Een andere deelnemer komt met een bijdrage model: een tiental grotere erfgoedinstellingen zouden ieder met een jaarlijkse bijdrage van € 10.000 een dergelijke NTR organisatie moeten kunnen financieren, mogelijk in de vorm van een consortium. Als het grote voordeel van een dergelijk contributiemodel wordt gezien dat deze 10 organisaties eisen zullen stellen aan de NTR organisatie - daarmee is een zekere dynamiek en de resultaatgerichtheid gewaarborgd. Zaak is wel een dergelijke bijdrage regeling op korte termijn te regelen, teneinde het momentum rond de NTR te handhaven. Bert Warmelink, adjunct directeur verantwoordelijke voor de AAT geeft aan zich zeker in te zetten voor een dergelijke organisatorische opzet.
|
|